RENSON_COM_NEG_PANT.gifRENSON® HEADQUARTERS
Industriezone 2 Vijverdam • Maalbeekstraat 10 • B-8790 WAREGEM
Tel +32 56 62 71 11 • Fax +32 56 60 28 51

Specifieke vragen C+

Keuken en wasplaats liggen naast elkaar. Mag ik hiervoor het aanzuigpunt van ø125 van de ventilator gebruiken en via een verticale koker van ø125 naar beneden gaan en daar opsplitsen in 2 afvoermonden/roosters van ø80?
Bestaan er standaard hulpstukken om deze opsplitsing te maken?

Voor twee naast elkaar gelegen ruimtes zoals keuken en wasplaats is het inderdaad mogelijk om aanzuigpunt van ø125 te gebruiken en onderaan op te splitsen in twee keer ø80 met daaraan de afvoermonden gekoppeld. Er bestaan hiervoor standaard hulpstukken.
Een T in ø125, een vrouwelijke mof in ø125, een reductie 125>80.

Werken de sensoren in de afvoermonden op netspanning of op batterijen?

Enkel de ventilator wordt op het elektriciteitsnetwerk aangesloten.
De afvoermonden werken op batterijen (type PH75 in keuken en badkamer en type PT25 in toiletten). De afvoermond H50 in de wasplaats werkt met behulp van vochtdetectie waarbij er geen batterij of netspanning nodig is (m.b.v. vochtdetectiestrip).
De platte batterij, alkaline 9V (type 6 LR61) heeft een levensduur van twee à drie jaar.
De afvoermonden beginnen te zoemen als ze ten einde batterij zijn !
Ter vervanging van de batterij kan ook een voedingskaart geplaatst worden in de roosters PH75 en PT25, die dan aangesloten wordt op 12 Vac (voedingskaarten via transformator aansluiten op de netspanning, meerdere voedingskaarten kunnen aangesloten worden op 1 transformator).
1 transformator per woonéénheid voorzien !
Voorzie 6 Ampère tussen hoofdkast en de ventilator, ventilator heeft zekering van 2 Ampère .
Zie handleiding C+ pagina’s 3 en 4

De buizen die gebruikt worden om de verbinding tussen afvoerrooster en ventilator te maken, zijn dit gewone PVC-buizen Ø80?

De verbinding met de afvoerroosters gebeurt best via platte ovale kanalen ( polyethyleenleidingen ) . De aansluiting op de ventilator gebeurt met flexibele buizen.
Hier wordt een combinatie aanbevolen: ventilator – flexibel – plat ovaal kanaal – afvoerrooster.

De platte ovale kanalen werden gekozen omdat deze het equivalent zijn van onze ronde diameters en zodoende heel gemakkelijk en snel weggewerkt kunnen worden in de bouwwerf .
Tegen de muur in een technische koker , achter de valse plafond , ingeslepen in de muren , ingespoten in de isolatie op zolder , uitsparing van het toilet , …

Equivalent diameter 80 = (breedte x hoogte = 100mm x 40mm )
Equivalent diameter 125 = ( breedte x hoogte = 200mm x 60mm )

Opgepast , vermijdt het gebruik van sanitaire leidingen ! De binnendiameter van onze 80 en 125 = 80 en 125
Als men in het sanitair spreekt van 80 dan is die buitendiameter 80 , maar de binnendiameter is tussen 76-78 !

Indien u hier toch mee wenst te werken , zorg dan voor een lucht –en waterdichte afwerking !

Het elektrisch vermogen van XTRAVENT® Basic EX250B is 52,5W en het luchtdebiet
250m³/h.
Is het vermogen en debiet van EX250BC (Compact) hetzelfde?
Wat is het verschil tussen deze twee?

De rekenwaarde van het gemiddeld elektrisch vermogen (nodig voor EPB-berekening) is 52,5W voor EX250B en is 42,5W voor EX250BC. Het effectieve verbruik op vollast is het dubbele.
De debieten zijn in beide gevallen 250m³/h. Iedere groep heeft zijn eigen type motor waarvan de vermogens verschillen. Het volle debiet wordt enkel bereikt wanneer alle afvoermonden volledig open staan (beweging detecteren en/of meer dan 80% vocht).

Er is een twee- of driestandenschakelaar. Wat is het vermogen en debiet in de laagste stand?

Het debiet en vermogen bij minimumstand van de twee- of driestandenschakelaar is de helft van deze bij maximumstand.

Bij de Xtravent Ecomodus heb je zeven aansluitpunten. Wat zijn de debieten van die 7 standen?

Zie pagina 11 : Handleiding C+

Wat is het vermogen van XTRAVENT® Modus EX250M en EX250MC?

De rekenwaarde van het gemiddeld elektrisch vermogen is 21W voor de EX250M en 27W voor de EX250MC. Het effectieve verbruik op vollast is het dubbele.

Zijn dit allemaal wisselstroommotoren? Zijn er ook gelijkstroommotoren verkrijgbaar?

De ventilatoren van Xtravent® Basic en Basic Compact (EX250B en EX250BC) en de ventilatoren van Xtravent® Modus en Modus Compact (EX250M en EX250MC) zijn wisselstroommoteren.
Er is een nieuwe ventilator Xtravent® EcoModus (EX325EM).
Dit is een gelijkstroomventilator - of beter - een EC-ventilator met elektronische commutatie. Deze laatste is de zuinigste ventilator met een rekenwaarde van het vermogen van 15W.

Hebben alle types een thermische beveiliging en kan deze beveiliging eenvoudig hersteld worden?

Alle ventilatoren zijn voorzien van een automatische thermische beveiliging. Bij afkoeling wordt deze opnieuw op scherp gezet.

Hebben deze systemen onderhoud nodig?

Het systeem heeft geen onderhoud nodig, maar om het optimale debiet te bereiken moet het schoepenrad eenmaal per jaar ontstoft worden.
Voor de onderhoudsvoorschriften kan u de handleiding consulteren
Handleiding C+ pagina 12

Kunnen de vaste kanalen in de muur ingewerkt worden?

Wij hebben plat ovale kanalen in ons gamma die in de muur kunnen weggewerkt worden.

Speelt het een rol of de PH75 of PT25 verticaal of horizontaal wordt gehangen?
Heeft dit invloed op de vochtigheidsstrip of aanwezigheidssensor/detector?
Of moet men dit instellen in de extractiemonden zelf (graden van sensor)?

Het is geen probleem om de PH75 of de PT25 verticaal op te hangen tegen de muur. Hou er wel rekening mee dat ze op minstens 10cm van de naastgelegen wand of plafond moeten geplaatst worden. De plaatsing heeft geen invloed op vochtigheidsstrip of aanwezigheidssensor.
Uiteraard moet het rooster wel goed zichtbaar hangen.
In de extractiemonden zelf wordt niets meer ingesteld.

Welke diameters hebben deze extractiemonden?

De diameters van de extractiemonden zijn 80mm.

Als we bij een dossier 5 afvoermonden diameter 80 gebruiken kunnen we slechts 4 afvoermonden aansluiten op het toestel met equivalente diameter. Is het ook toegelaten om dan de 5e afvoermond te laten aansluiten op het gat van diam. 125 van het toestel?

Alle afvoermonden hebben diameter 80mm. Daardoor is voor de vijfde en zesde afvoermond een overgangsstuk van 80 naar 125mm nodig, zodat deze kan aangesloten worden op diameter 125mm van het toestel. Het is zelfs mogelijk (indien er veel natte ruimtes zijn) om de aansluiting van diameter 125mm op het toestel te laten aftakken naar twee leidingen met diameter 80mm die elk op een afvoermond kunnen aangesloten worden.
Opgelet , hierbij dient u wel de regels inzake de maximumafstand in acht te nemen !
Zie pagina 8 , handleiding C+

De ventilator van Systeem C+ ®wordt best onder het dak geplaatst en bij voorkeur opgehangen om trillingen te vermijden.
Wij bouwen met een plat dak. Kan je dit systeem dan gebruiken en waar dien je dit dan te plaatsen?

De Xtravent® Modus wordt inderdaad best onder het dak opgehangen dmv touwtjes, maar het is niet verplicht. Het kan namelijk ook in een berging opgehangen worden.
We hebben ook een compacte versie van de Xtravent® Modus, namelijk de Xtravent® Modus Compact. Deze kan gemakkelijk geschroefd worden tegen muur of plafond. Het wordt vaak weggewerkt in een vals plafond, bij oa toepassing van een plat dak of bij appartementen.
zie pagina 5 , handleiding C+

Mag men de Xtravent® Modus in een kast ophangen en zo weg werken?

Men kan de Xtravent® Modus inderdaad in een kast ophangen, als deze groot genoeg is.
Als er niet zoveel plaats is kan u ook de Xtravent® Modus Compact gebruiken.
Deze kan vastgeschroefd worden in de kast. Men moet uiteraard ook voldoende plaats voorzien voor de aansluiting van de kanalen.

Mag men een rooster op het Xtravent® systeem aansluiten die vertrekt in een garage?
En zo ja, welk type rooster dient men hier voor te nemen?

U kan een rooster vanuit de garage aansluiten. We raden type H50 aan, enkel gebaseerd op vochtigheid (In de veronderstelling dat er een wasplaats in de garage is).
Voor echte parkeergarages met meerdere auto's is dit systeem niet aan te raden.

Mag de mechanische ventilatie vanop de zolder gebeuren via een paddestoel-pan of is hiervoor een speciale schouw nodig?

Een paddestoelpan kan niet gebruikt worden. De eis die aan de dakdoorlaat wordt opgelegd is: “mag max 10Pa drukverlies hebben bij 250m³/h”en max 20Pa bij 375m³/h . De ventilatiepannen voldoen daar niet aan. U zult een klassieke dakdoorlaat moeten voorzien. Wij hebben dergelijk systeem in ons gamma. U heeft ook de mogelijkheid om via de gevel af te voeren als u geen dakdoorvoer wenst (geveldoorvoerrooster, eveneens in ons productengamma).
Deze dakdoorvoeren kan u bekijken in onze handleiding pagina 9 :
zie handleiding C+

Mag ik de kanalen mee in de betonplaat van een tussenverdiep gieten, zodat deze niet zichtbaar zitten?

U kan de kanalen niet in de betonplaat gieten. Beton is te zwaar. Het kan wel in de chape.

Is het een probleem dat de afzuigpunten van de motor lager gelegen zijn dan de buis die de verbinding maakt tussen de afzuigpunten en de extractiemonden? Zodat de motor de aan te zuigen lucht naar beneden dient te zuigen?

De motor mag lager gelegen zijn dan de extractiemonden, en kan dus ook geplaatst worden in de garage of in de kelder. U moet enkel rekening houden dat het aantal bochten en de lengte van de buizen beperkt blijven. Maw, altijd zorgen voor zo weinig mogelijk drukverlies. De afvoer naar buiten is best zo kort mogelijk (max 2m). zie pagina 9 : handleiding C+

Wanneer in het bouwproces wordt de ventilator (systeem C of Systeem C+®) geïnstalleerd?

Voor eventuele doorgang van leidingen doorheen betonplaten, moet bij de ruwbouw best al een opening voorzien worden. De plaatsing van de leidingen in de chape en muren kan achteraf gebeuren.
De ventilator (Xtravent Modus , Modus Compact , Ecomodus ) wordt het best geïnstalleerd samen met de elektriciteit nadat de plakwerken zijn gebeurd . De installatie gebeurt ook best door de elektricien of sanitair specialist .

Hoe groot zijn de leidingen afhankelijk van de ruimte (badkamer, wc, ...)?

De aansluitingen op de ventilator zijn ofwel diameter 80mm ofwel diameter 125mm (zie technische fiches voor meer details). De afvoermonden hebben allemaal diameter 80mm. U kan ook bv naast elkaar gelegen wc en badkamer aansluiten op 1 kanaal met diameter 125mm (T-stuk naar 2 keer 80mm voor de afvoermonden). U kan een ver gelegen badkamer of keuken best aansluiten op diameter 125mm.
U hebt wel een beperking in het aantal vochtige ruimten die op één leiding van 125mm kunnen worden aangesloten , deze vindt u terug op pagina 8 in de : handleiding C+

Moeten er bij de aanvang van de bouw van een woning, bepaalde leidingen voorzien worden voor een ventilatiesysteem?

Als u opteert voor een mechanische afvoervoorziening, dan zijn er inderdaad leidingen die moeten lopen van de natte ruimtes naar de centrale ventilator op zolder. Deze leidingen zouden in de muren kunnen lopen of in de vloer kunnen weggewerkt worden. Tijdens de bouw kan daar al rekening mee gehouden worden. Maar aangezien het een beperkt leidingennet betreft, is er in principe weinig impact op bouwkundige voorzieningen. Eventuele doorgangen van leidingen doorheen de betonplaat kunnen best al in de ruwbouwfase voorzien worden.

Is het noodzakelijk om van bij het begin Systeem C+® te voorzien (er hoeft niet aan EPB voldaan te worden)? Of kan dit ook achteraf, bijvoorbeeld na enkele jaren, in de woning geïnstalleerd worden?

In principe kan het systeem achteraf geplaatst worden (als u de investering nog niet direct wilt doen), maar om achteraf bepaalde werken te vermijden, is het wel aan te raden om bijvoorbeeld het kanalensysteem al te voorzien. De kanalen kunnen weggewerkt worden in chape en muren, maar om dit achteraf nog te doen is niet altijd evident. Dus dat kunt u op voorhand al voorzien. Eventuele doorvoer van kanalen doorheen betonplaten (vloeren) worden ook best bij de ruwbouw al voorzien. Achteraf gebeurt dit veel moeilijker. U voorziet ook best een elektrische aansluiting op de plaats waar de ventilator zal komen, bijvoorbeeld op de zolder. De ventilator en afvoermonden kan u dan achteraf aankopen en installeren.

Wanneer de vraag in de verschillende ruimtes wordt verminderd omwille van de sensoren, wordt de ventilator dan ook gestuurd om minder af te zuigen?

De ventilator zelf van dit systeem wordt niet gestuurd door de sensoren. De ventilator heeft een platte curve. Dit betekent dat de drukopbouw door de ventilator constant is voor verschillende debieten. De ventilator zal dus een constant toerental hebben en constant vermogen, maar het afvoerdebiet zal veranderen naargelang de standen van de kleppen in de afvoermonden (wel gestuurd met sensoren).

Is de mogelijkheid voorzien om, in geval het huis niet bezet is, de ventilatie ook terug te schroeven door het afzuigdebiet van de unit zelf te verminderen (bijvoorbeeld door het toerental van de ventilator te verminderen)?

De ventilator wordt gestuurd door een driestandenknop (naar 3 verschillende toerentallen en dus naar andere vermogens). Op die manier kan bij langdurige afwezigheid de ventilator op de minimumstand gezet worden en zal de ventilator ook minder verbruiken.

Is er ook een soort van Systeem D+® voorzien waarbij het principe van Systeem C+® wordt doorgetrokken qua vermindering van debieten? Is dit bij een Systeem D+®-installatie toegelaten? Kunnen op deze manier de pulsiedebieten eventueel worden aangepast ?

Hetzelfde principe van Systeem C+® kan niet doorgetrokken worden naar een Systeem D+®. Het is anders veel moeilijker om het systeem in balans te krijgen. Maw, het is belangrijker dat systeem D goed in balans is en de woning luchtdicht afgewerkt wordt, dan dat de ventilator gestuurd zou worden en de pulsie- en extractiedebieten aangepast worden.

Wanneer moet ik een EX250M afvoerventilator gebruiken en wanneer een EX250MC? Met uitzondering van de aansluitingen en afmetingen is er geen verschil?

EX250M en EX250MC zijn ventilatorgroepen van de Xtravent® Modus (Systeem C+®).
Er is geen ander verschil dan de aansluitingen en afmetingen.
In principe wordt de EX250M gebruikt. Deze wordt geplaatst in de zolder onder het dak (opgehangen mbv touwtjes). In appartementen of woningen met plat dak, waarbij er niet voldoende plaats is om de EX250M op te hangen, schakelt men over naar een EX250MC, de compacte versie. Deze kan namelijk gemakkelijk in een kast weggeborgen worden of in een vals plafond. Het verschil zit hem dus louter in de voorziene plaats voor de ventilator.
Zie afmetingen pagina 5 : handleiding C+

Wordt er bij de aankoop van de afvoerventilator steeds een standenschakelaar meegeleverd of dient die afzonderlijk aangekocht te worden?

De standenschakelaar zit standaard bij de ventilatorkit bijgeleverd.

Kan er een motorloze dampkap van de keuken aangesloten worden op de afvoerleidingen?

Neen, het Xtravent systeem is niet geschikt voor de aansluiting van dampkappen of droogkasten.
Indien u dit zou doen dan zouden de vettige dampen van onder de dampkap zich kunnen verspreiden in uw afvoerleidingen .
Na geruimte tijd zouden deze leidingen kunnen dichtslibben met vet .
De ventilator zuigt vocht af in combinatie met stof , indien dit stof samen met het vet in contact zou komen met de schoepen van de ventilator dan zou dit een vaste massa vormen die de schoepen zou afdekken ; waardoor er een verlies in druk zou optreden en waarbij het benodigde debiet niet meer zou worden gegarandeerd per individuele vochtige ruimte

Vraagt het de nodige "discipline" om ervoor te zorgen dat er steeds het juiste debiet wordt afgezogen of dat op één of andere manier worden geautomatiseerd zoals je bijvoorbeeld doet met een thermostaat voor CV?

Er is een verschil voor systeem Xtravent® Basic (systeem C) en Xtravent® Modus (Systeem C+®):
Xtravent® Basic: de enige regeling die mogelijk is, is de regeling via de tweestandenschakelaar (tweestandenknop XVK2). Hiermee kan het maximale debiet worden ingesteld, of een lager debiet (er is geen nulstand). De afvoermonden in de verschillende natte ruimtes worden éénmaal ingesteld bij de plaatsing. Daarna wordt dit constante debiet continu afgevoerd, tenzij de tweestandenschakelaar op de laagste stand gezet wordt. Dit laatste is in principe enkel bij langdurige afwezigheid.
Xtravent® Modus: het debiet wordt hier continu automatisch geregeld door middel van de vraaggestuurde afvoermonden. De ventilator is van een speciaal model met platte curve zodat de drukopbouw gerealiseerd door de ventilator constant blijft voor verschillende debieten. Hierdoor wordt enkel het nodige debiet afgevoerd (bij afwezigheid, wanneer de natte ruimtes voldoende droog zijn, is dit een minimum debiet). Het debiet doorheen de ventilator wordt dus continu geregeld door de stand van de kleppen in de afvoermonden.
De ventilator kan daarnaast nog apart gestuurd worden door een driestandenschakelaar.
In principe werkt de ventilator op de hoogste stand en wordt dus continu het juiste debiet afgezogen. Bij afwezigheid kan de ventilator naar een lagere stand gebracht worden, om het verbruik van de ventilator tijdelijk te verminderen.
Automatisatie van de drie (of twee-)standenschakelaar is er niet. Dit is een manuele bediening.
Als u automatisatie wenst, raden we u aan om een Xtravent® Modus systeem te overwegen. Door de automatische vraagsturing van de afvoermonden levert dit een energiebesparing op.

Mag de ventilator van een systeem C, SysteemC+® of Systeem D+® afgezet worden ?

De Belgische ventilatienorm vermeldt dat er voor een ventilatiesysteem C (natuurlijke toevoer en mechanische afvoer) een permanente mechanische afvoer moet aanwezig zijn.
Met een ’permanente‘ afvoer wordt een mechanische afvoer bedoeld, die niet kan onderbroken worden door manuele of automatische voorzieningen, die eigen zijn aan het systeem zelf.
De toe- en afvoeropeningen kunnen wel uitgerust worden met een regelsysteem, bijvoorbeeld een regeling op basis van aanwezigheidsdetectie, detectie van relatieve vochtigheid …
Die regeling mag aanleiding geven dat het vermogen van de ventilator wordt verminderd en er een kleinere luchthoeveelheid wordt toegevoerd of afgezogen, maar er moet wel permanent een minimale toevoer of afvoer zijn. De ventilatoren mogen dus niet afstaan.

Is het mogelijk om de RENSON® ventielen PT25, H50 of PH75 toe te passen in combinatie met een andere ventilator dan Xtravent® Modus, Modus Compact of EcoModus?

De meeste ventilatoren voeren een constant debiet af, en gaan automatisch naar een hoger toerental wanneer er meer drukverschil optreedt.
De ventilator van het Systeem C+® van RENSON® is een speciale ventilator die een constant toerental aanhoudt, en het afgevoerde debiet aanpast in functie van het drukverschil.
Als een rooster terugvalt naar de kleinste opening omdat de vochtigheidsgraad voldoende laag is en/of geen aanwezigheid, verhoogt het drukverschil en zal de ventilator een lager debiet afvoeren.
Een standaard ventilator zal op dat moment harder draaien om door de kleinere opening toch het vastgestelde debiet af te voeren.
Als u de RENSON® ventielen gebruikt in combinatie met een andere ventilator, zal dit niet resulteren in een besparing, maar in een hoger verbruik en een kortere levensduur van de ventilator.